BLOG: De engel uit de spits

Spitstijd. Ik rijd met twee jonge dochters door een wirwar van auto’s en fietsers op weg naar de Dom, richting een verjaardagsfeestje. Rondom het stationsgebied ligt alles al jarenlang opengebroken.
‘Jaelle, kijk voor je!’
Ik ontwijk ternauwernood een scooter.
‘Jonna, daar komt iets van rechts!’
Ik manoeuvreer ze door het oog van de storm, zo voelt het. Dat het mis kan gaan, merkte ik vorige week nog. Twee politiemotors maakten jacht op een crimineel. Ze zigzagden tussen het razende verkeer door en raakten daarbij twee fietsers voor hen; een kettingbotsing en kluwen scheldende mensen tot gevolg. Vandaag werken de stoplichten niet, dus zijn er verkeerswachters ingesteld. Behendig springen ze heen en weer en met een verziend oog zie ik dat wij aan de beurt zijn om over te steken. Hoe eerder op het feestje hoe beter; haast je weg uit de haast. ‘Kom meiden, even doorfietsen!’

En dan gebeurt het.

Jaelle, de jongste, raakt uit haar evenwicht. Ze wankelt, remt en komt tot stilstand. De fietsers achter ons remmen, schelden, proberen zich erlangs te wurmen. Ik voel een onbestendige angst; we moeten weg van dit gevaarlijke punt op de weg waar alles mis kan gaan. De auto’s gaan straks weer rijden! ‘Kom, Jaelle, hup, op je fiets. Schiet op!’
Ze kijkt me aan, hulpeloos…’Mam, het lukt niet.’
‘Vaart maken!’ hoor ik mezelf roepen.
Opeens is er een stem, die al het tumult overstijgt.

‘Stoppen, iedereen!’

Een wat oudere man in een felgeel hesje gaat midden op het kruispunt staan. Hij heft zijn handen naar alle richtingen en iedereen stopt… er daalt een zwijgen neer over de gehaaste menigte. Mensen kijken en zien een kind.
‘Doe maar rustig aan, meisje,’ spreekt de man Jaelle toe. ‘Rustig opstappen. Vandaag wacht iedereen voor jou.’
Mensen glimlachen; er zwaait zelfs iemand. Wat een weldaad, hier midden op dit plein vol chaos.
‘Doe maar rustig aan,’ zegt de man nog een keer. ‘Gewoon langzaam oversteken.’
Ik hoor de echo van mijn eigen woorden nog in mijn hoofd. ‘Vaart maken… vaart maken… vaart maken.’
De man glimlacht. ‘Doe maar rustig aan, meisje.’
Een zucht ontsnapt…ik weet dat hij het niet alleen tegen mijn dochter heeft.

Vandaag, een dag later, zie ik hem overal; die oude man met geheven handen.
‘Doe maar rustig aan, meisje. Gewoon langzaam oversteken.’
Ik zie geen storm, alleen het wuivende riet uit het raam van mijn kantoor. Bovendien voel ik al de hele dag een lach in mijn buik. Wat nou, chaos, waar ben je nu?
Dankjewel, engel uit de spits.

Grenzen voelen: stop en voel! - Je rust terug door stilte: